Na 13 gespeelde wedstrijden staat Achilles 2 op de eerste 𝗽𝗹𝗲𝗸. We blikken terug op de wedstrijd van afgelopen week tegen S.V. Losser met Jesper Beumer.
𝗦𝘁𝗲𝗹 𝗷𝗲𝘇𝗲𝗹𝗳 𝗻𝗼𝗴 𝗲𝗲𝗻𝘀 𝗸𝗼𝗿𝘁 𝘃𝗼𝗼𝗿.
“Ik ben Jesper Beumer, ben 32 jaar en speel in het 2e elftal van Achilles.”
𝗪𝗮𝘁 𝗺𝗮𝗮𝗸𝘁 𝗵𝗲𝘁 𝗵𝗶𝗲𝗿 𝗯𝗶𝗷 𝗔𝗰𝗵𝗶𝗹𝗹𝗲𝘀 𝘇𝗼 𝗹𝗲𝘂𝗸?
“Het is gezellig met het team tijdens en na de wedstrijd, daarnaast ook altijd met de jongens van het 3e elftal. Ik ken de meesten al een behoorlijk lange tijd, dus het is altijd wel gezellig na de wedstrijd. Wel jammer dat het niet meer zo druk is als vroeger. Zowel op de zaterdagen als met de activiteiten merk je dat de animo terugloopt. Hopelijk komt dat weer terug.”
𝗛𝗼𝗲 𝗸𝗶𝗷𝗸 𝗷𝗶𝗷 𝘁𝗲𝗿𝘂𝗴 𝗼𝗽 𝗱𝗲 𝘄𝗲𝗱𝘀𝘁𝗿𝗶𝗷𝗱 𝘁𝗲𝗴𝗲𝗻 𝗦.𝗩. 𝗟𝗼𝘀𝘀𝗲𝗿?
“We begonnen erg zwak: veel foute passes en slordigheden, maar gelukkig wel twee of drie snelle doelpunten. In de tweede helft konden we het beter oppakken en de score mooi uitbouwen zonder echt nog in de problemen te komen. Wat dat betreft is het dit seizoen vaak mooi om te zien dat, als het voetballend even minder is, we er met strijd toch nog een goed resultaat uit kunnen slepen.”
𝗪𝗮𝘁 𝗴𝗶𝗻𝗴 𝗲𝗿 𝘃𝗼𝗹𝗴𝗲𝗻𝘀 𝗷𝗼𝘂 𝗴𝗼𝗲𝗱 𝗶𝗻 𝗱𝗶𝗲 𝘄𝗲𝗱𝘀𝘁𝗿𝗶𝗷𝗱?
“We maakten de vroege kansen die we kregen goed af, waardoor we gelijk een goede marge kregen. Die konden we in de tweede helft verder uitbouwen door strijd te leveren.”
𝗪𝗮𝘀 𝗲𝗿 𝗲𝗲𝗻 𝗺𝗼𝗺𝗲𝗻𝘁 𝗶𝗻 𝗱𝗲 𝘄𝗲𝗱𝘀𝘁𝗿𝗶𝗷𝗱 𝗱𝗮𝘁 𝘃𝗼𝗼𝗿 𝗷𝗼𝘂 𝗯𝗲𝗽𝗮𝗹𝗲𝗻𝗱 𝘃𝗼𝗲𝗹𝗱𝗲?
“Vlak na rust stonden we voor, maar hadden het wel lastig. Ik zat dat moment zelf op de bank en voelde eerder een tegentreffer dan een doelpunt voor ons aankomen, waarbij we het lastiger zouden krijgen, omdat de tegenstander dan weer hoop krijgt. Gelukkig waren wij toch degenen die via Jannes de voorsprong konden uitbouwen, waardoor het gevoel wel was dat de wedstrijd gespeeld was.”
𝗝𝘂𝗹𝗹𝗶𝗲 𝘀𝘁𝗮𝗮𝗻 𝗻𝘂 𝗺𝗲𝘁 𝘁𝘄𝗲𝗲 𝘄𝗲𝗱𝘀𝘁𝗿𝗶𝗷𝗱𝗲𝗻 𝗺𝗶𝗻𝗱𝗲𝗿 𝗴𝗲𝘀𝗽𝗲𝗲𝗹𝗱 𝗲𝗲𝗿𝘀𝘁𝗲, 𝘀𝘁𝗮𝗮𝘁 𝗱𝗲 𝗽𝗹𝗮𝘁𝘁𝗲 𝗸𝗮𝗿 𝗮𝗹 𝗸𝗹𝗮𝗮𝗿?
“Haha, ik denk dat het nog te vroeg is daarvoor. Sparta staat nog redelijk in de buurt, dus het is nu zaak om onze eigen wedstrijden te blijven winnen en zelf geen misstappen te maken. Ik vind dat we er wel vol in mogen geloven, maar ons nog niet rijk mogen rekenen. Maar we staan er goed voor en ik heb er persoonlijk wel vertrouwen in.”
